Verslag interRAI symposium 16 november 2017 Amsterdam

Slim samenwerken aan betere ouderenzorg met de innovatieve en beproefde methode van interRAI

 Ontwikkelaars, gebruikers en discussanten aan het woord

  1. Ouderenzorg in de toekomst Dr. Jan Coolen, adviseur VWS en oud directeur Cordaan FILM PPT
  2. Gepersonaliseerde multidisciplinaire zorg bij de Omring Zorggroep, hoe helpt interRAI daarbij? Drs. Jolanda Buwalda, vz Raad van Bestuur Omring FILM
  3. Improving lives of vulnerable persons, what makes interRAI decision support different? Prof. Brant Fries, Universiteit Michigan, USA, president van interRAI FILM PPT
  4. Gepersonaliseerde en multidisciplinaire ouderen zorg ondersteund door interRAI. Ervaringen in Nederland Dr. Marijke Boorsma, Huisarts & Specialist ouderengeneeskunde np. en Vivian Kenter–verpleegkundige eerstelijn West-Friesland. FILM PPT
  5. Leren van de buren, een stap verder dan kwaliteit. Best practices thuiszorg en verpleeghuiszorg in Europa Dr. Henriëtte van der Roest, huisarts- en ouderengeneeskunde VUmc FILM PPT
  6. Implementatie van interRAI als multidisciplinair cliënt volgsysteem voor hulpbehoevende ouderen door settings, Belgische ervaringen Prof. Anja Declercq, KU Leuven, België FILM PPT
  7. Learning by benchmarking quality & safety of care for vulnerable persons in Canada prof. John Hirdes, Universiteit Waterloo, Canada FILM PPT
  8. 8. Decision support in acute care settings and efficiency by telehealth applications Prof. Len Gray, Geriatrie Melbourne, Australië FILM PPT

Parallelprogramma:

Sessie 1Beslisondersteuning in de Langdurige ouderen zorgVerdieping en Discussie

Sessie 2Beslisondersteuning in Acute ouderen zorg-Verdieping en Discussie

olv Rob van Marum met oa Len Gray – Geriater Australië; Palmi Jonsson-Geriater IJsland, Veronique Boscart – Geriatrisch verpleegkundige Canada.

Verslag van de Plenaire discussie met spreker, panel en zaal

Onder leiding van Hein van Hout , VUmc

Sessie 1 – Beslisondersteuning in de Langdurige ouderen zorg

DISCUSSANTEN
Sandra van Beek Verenso & ACTIZ
Margje Mahler Zorg Instituut Nederland (ZIN) – Waardigheid en Trots
Germieke Quist V&VN geriatrie en Hogeschool Leiden
Anno Pomp VWS langdurige zorg
Joke Hoogewerf Ouderen vertegenwoordiging AMC & Ben Sajet centrum
Stella Zonneveld Huisartskring Amsterdam (HKA)
SPREKERS
Jolanda Buwalda vz Raad van Bestuur, Zorgorganisatie De Omring
Marijke Boorsma Huisarts & Specialist ouderengeneeskunde np. VUmc
Vivian Kenter Verpleegkundige eerstelijn West-Friesland
Henriëtte van der Roest Senior huisarts- en ouderengeneeskunde VUmc
Anja Declercq Hoogleraar KU Leuven, België
Jan Coolen Adviseur VWS en oud directeur Cordaan
John Hirdes Universiteit Waterloo, Canada

 

DE DISCUSSIE:

→V&VN: Ik zie wel veel voordelen aan interRAI, naar is het wel haalbaar om het op grote schaal in te voeren in de huidige context ook in Nederland? Veel thuiszorgorganisaties introduceren het OMAHA systeem. Die gaan waarschijnlijk niet zomaar wat anders doen.

Reactie Anja Declercq: Ik zie geen enkele reden waarom het wel in België zou kunnen en niet in Nederland. Meestal lopen jullie voor op ons. Bij ons is het vaak complexer bv door de taal en cultuurverschillen. Ik zeg niet dat OMAHA of andere instrumenten slecht zijn. Probleem is wel dat huidige instrumenten vaak alleen binnen de eigen organisatie of discipline gebruikt worden en moeilijk deelbaar zijn laat staan in meerdere settings. Dat bemoeilijkt integrale en persoonsgerichte zorg en dat is toch waar we naar toe willen. Uiteraard staat niet iedereen te trappelen om ermee te beginnen, in een peiling bleken de grootste tegenstanders vaak mensen die het systeem nooit gebruikt hadden. Mensen die al wel eens output zien en een patiënten bespreking meemaken worden veel positiever.

Reactie Marijke Boorsma: OMAHA is meer een classificatie systeem, het beschrijft wat je ziet en doet. Bijzonder van interRAI is de beslisondersteuning met aandachtgebieden voor directe patiënt zorg, het stellen van indicaties, en het meten van je zorgkwaliteit.

V&VN : Hoeveel scholing is er nodig om met RAI te starten?

Reactie Anja Declercq: Er zijn start trainingen waarbij gebruikers in anderhalve dag leren hoe ze de applicatie moeten gebruiken en hoe de vragen en uitkomsten geïnterpreteerd moeten worden.

→HKA: Maakt het uit welk geriatrisch instrument je gebruikt? Het lijkt onwaarschijnlijk dat de overheid in Nederland een systeem als dit zal opleggen. Dat is bijvoorbeeld met een landelijk EPD niet gelukt. Huisartsen hebben vooral behoefte aan meer tijd en goede verpleegkundige ondersteuning. In dat geval kan een systeem wellicht slagen. In Zuid is ook gewerkt met RAI maar daar waren software problemen. Hoe is het in België gelukt?

Reactie Anja Declercq: Huisartsen in België hebben ook weinig tijd en vullen de RAI ook niet zelf in. Ze vullen soms wel stukjes aan bv rond diagnoses en medicatie. Implementatie in België gaat met kleine stapjes vooruit. De eerste versie van de software was bijvoorbeeld gebruiksonvriendelijk met name vanwege zware privacy eisen die de toegang ernstig bemoeilijkte. De overheid heeft geïnvesteerd om een goed systeem op te tuigen. BELRAI is gratis voor professionals. Inmiddels is er een vernieuwde applicatie en die verhoogt acceptatie en werkplezier bij professionals.

Reactie Marijke Boorsma: Sommige verzekeraars ondersteunen het. We hebben in West Friesland VGZ als preferente verzekeraar en die ondersteunt de ouderenmodule voor de huisartsen. Daaruit wordt de praktijkondersteuner bekostigd ende kosten voor goede software , maar die zijn beperkt.

→ZIN : Het Zorginstituut heeft als taak om zorgstandaarden, en het kwaliteitskaderverpleeghuiszorg te implementeren en informatie daarover te verzamelen. Ik vraag me af of de data aan de achterkant voldoende is om de data voor kwaliteitsindicatoren te kunnen aanleveren? En werkt dat ook zo in de praktijk?

Reactie Henriette van der Roest: in RAI worden relevante data vastgelegd volgens een internationaal afgesproken codering. RAI software makers hanteren deze coderingen en dat maakt het makkelijk om de data te verwerken. VUmc leverde in het verleden de rapportages over zorginhoudelijke indicatoren toen die nog verplicht waren voor organisaties die RAI gebruiken. Die konden eenvoudig uit de data worden geëxtraheerd. Dat spaart een meetweek.

→ACTIZ & Verenso: Ik ben bezig voor 2018 de zorginhoudelijke indicatoren te maken. In het verleden leiden die indicatoren in Nederland niet tot zichtbare verbetering. Het huidige kwaliteitskader steekt vooral in op lokaal leren en verbeteren. Hoe krijg je dat op gang? Daar wil ik mijn nieuwe indicatoren op baseren. Welke indicatoren moet ik kiezen om wel verbetering te kunnen zien? En hoe zou RAI daarin kunnen helpen?

 Reactie Marijke Boorsma: In mijn promotie onderzoek werden sterke effecten gevonden op kwaliteit van zorg bij bewoners in de woonzorgcentra. Bij thuiswonende ouderen bleek onze NPO studie waarin RAI werd gebruikt landelijk de enige te zijn die beter behoud van zelfredzaamheid vond.

Reactie Anja Declercq: Ik denk niet dat het feit dat RAI ook kwaliteitsindicatoren geeft je kwaliteit verbetert. Kwaliteit verbeter je in het zorgproces en RAI helpt om dat proces te verbeteren. Het helpt om een beter zorgplan te maken. Uiteindelijk zal je dat terugzien in je indicatoren. Alleen naar indicatoren kijken is wat steriel. Het gaat om het hele proces.

Reactie Jolanda Buwalda: We willen de beste zorg van Nederland neerzetten met elkaar. We zijn sinds 2 jaar ook landelijk bezig om meer persoonsgericht te werken. Als je dat wil meten moeten je gegevens iets kunnen zeggen over cliëntgebonden uitkomsten. Wij kiezen daarom voor RAI. Met RAI haal je een Evidence Based instrument in huis waarmee je op cliënt uitkomsten kan meten. Wij gebruiken ook andere instrumenten zoals OMAHA maar daarmee kan je cliëntenuitkomsten toch niet echt betrouwbaar mee volgen.

De inspectie was op werkbezoek in West Friesland en werd enthousiast over het objectiveerbare van de persoonsgerichte zorg die je zichtbaar maakt in RAI.

→Joke Hoogewerf: Het gaat mij om ouderen die nog redelijk zelfstandig zijn. Het probleem komt ook uit de welzijnskant. Van WMO consulenten hoor ik dat ze in 20% van de gevallen wel weten wat we ouderen moeten aanbieden maar voor de andere 80% zijn ze zoekend. Het gaat over huishoudelijk hulp, maar ookover het aanbod van sport of bewegen. Lopen is voor veel een groot probleem. Wat doe je dan als gemeente om dat te bevorderen. Kan RAI voor die groep iets betekenen?

 Reactie Anja Declercq: interRAI heeft voor deze groep het Wellness instrument ontwikkelt. Dit instrument helpt om plezierige en gewenste activiteiten in kaart te brengen en kan mensen met elkaar in contact brengen die bv een gezamenlijke hobby hebben. In de Verenigde Staten wordt dit gebruikt. In België werken we aan een zg sociaal supplement. Hiermee helpen we welzijnsdiensten om de behoeften van ouderen beter in kaart te brengen.

 Reactie Vivian Kenter: Er komen ook veel leuke initiatieven vanuit ouderen zelf. Om bijvoorbeeld een clubje te starten. We kunnen vanuit de huisartspraktijken ouderen daar soms wel een stapje bij helpen. Maar er is nog wel een hele wereld te winnen in de samenwerking tussen zorg en welzijn.

 Reactie Marijke Boorsma: Onbekend maakt onbemind. Je moet vertrouwen hebben in elkaars werkwijze. Wij nodigen de WMO consulente ook uit bij het Multidisciplinair overleg (MDO) ..

 HKA : Je hebt toch geen goed instrument nodig om een Multidisciplinair overleg (MDO) te houden?

 Marijke Boorsma: Mijn ervaring is wel dat je voor een goed gestructureerd MDO een instrument nodig hebt. Ik kwam als huisarts in het verpleeghuis en ik heb me verbaasd over hoe eindeloos lang MDOs indertijd duurden en dat er over weinig zinnigs gesproken werd. Die tijd heb je niet. Je hebt als huisarts maar een kwartiertje per patiënt. Dat kan alleen met een instrument dat je overleg goed kan structureren.

 ZIN: Ik wil op mijn verpleeghuisafdeling met mensen van dementie de hoogste score voor valincidenten maar de laagste voor antipsychotica en fysieke beperkingen. In hoeverre past die context bij de uitleg van gegevens die RAI produceert?

 Reactie Anja Declercq: InterRAI geeft een beeld van iemands functioneren en van wat hij nodig heeft maar geen automatisch zorg- of activiteitenplan. Dat is het werk van professionals die daar samen met een cliënt naar op zoek gaan. Daar spelen dit soort afwegingen een rol. Een cliënt wil misschien liever dat val risico lopen om op woensdag naar de markt te kunnen en bekenden te treffen. Dat zie je hopelijk wel terug in kwaliteit van leven indicatoren.

 Zaal: In Kennemerregio proberen we de keten ouderenzorg in te richten. Dat is geen sinecure. Ik denk dat zo’n instrument enorm kan helpen om eenheid van taal te bevorderen. Ik zie wel wat implementatie hobbels opdoemen. Twee vragen, tot welk niveau kan je hiermee werken? In hoeverre kunnen ook niet zorgprofessionals hiermee leren werken?

 Reactie Marijke Boorsma: Niveau 3 EVVers kunnen hier uitstekend mee uit de voeten, het is ook een lerend systeem, naarmate je het meer gebruikt leer je steeds meer samenhang zien tussen de verschillende domeinen. Het wellness instrument is waarschijnlijk geschikt voor welzijnsconsulenten, daar hebben nog geen ervaring mee opgedaan in Nederland.

 Reactie Anja Declercq: Het gaat niet zozeer om het niveau van opleiding maar om de training in de voorbereiding, Daar moet je voldoende aandacht aan besteden.

Zaal: is er een onderzoek gedaan naar de effectiviteit van RAI op samenwerking in de keten?

 Reactie Marijke Boorsma: de samenwerking tussen verzorgenden/verpleegkundigen en huisartsen verbeterde sterk in mijn studie. Huisartsen zagen dat de informatie die ze kregen van verzorgenden relevanter werd. Een specialist ouderengeneeskunde vroeg onlangs of ze mee kon kijken in het systeem, dat kan met RAI eenvoudig , natuurlijk wel na toestemming van de patiënt.

HKA: de regie zou toch vooral bij de ouderen en zijn naasten moeten liggen. Dat is toch de beweging van heden en zeker de toekomst. Wordt daar ook aan gewerkt?

 Reactie Henriette van der Roest: Het interRAI Wellness instrument zou geschikt kunnen zijn voor het sociale domein. Daarin is bijvoorbeeld meer aandacht voor gewenste dagbesteding en benodigde ondersteuning daarvoor. Er is ook een zelfbeoordelingsversie voor ouderen in de maak.

Reactie Jolanda Buwalda : geeft aan dat kern professionals meer en meer met elkaar overleggen om één tool te gebruiken (bijv. eerstelijns geriatrie). Ze zijn aan het kijken of ze dit met RAI willen doen.

Zaal: Mijn organisatie werkt sinds 2 jaar met RAI en de signaleringen ondersteunen ons om preventiever te werken. Zo kreeg ik bij een cliënt een signalering over incontinentie terwijl ik dat niet had geobserveerd. Wat bleek, de mevrouw had zoveel risicofactoren voor incontinentie dat de signalering opkwam. Ik kon daardoor heel gericht aan preventie werken. Een andere bijzonder aspect is dat het een tijdsindicatie geeft voor de hoeveelheid benodigde thuiszorg. Het maakt indicering zoveel makkelijker en betrouwbaarder. Andere instrumenten zijn alleen beschrijvend, RAI biedt daadwerkelijk beslisondersteuning.

Zaal: Is het niet handig als in Nederland RAI ook top down geïmplementeerd wordt?

Reactie ZIN: Moet je niet kijken naar welke elementen werken en die vastklikken? In Nijmegen zetten ze bijvoorbeeld in op Easycare. Zij hebben hun eigen polder droog gemaald. Hun dijken moeten dan doorgebroken worden en daar heeft niet iedereen zin in.

Reactie Jolanda Buwalda: West Friesland is ook een polder met een dijk en wij proberen met de kernprofessionals rond geriatrie tot een keuze voor een systeem te komen. Het lijkt erop dat dat RAI wordt.

Reactie VWS : Het is indrukwekkend hoeveel het systeem kan leveren. Als we in Nederland iets meer zouden afstappen van het poldermodel kan dit toch wat makkelijker gaan. In Nederland laten we veel ruimte aan belangengroepen en professionals. Hoever moet je doorgaan met polderen?

ZIN: Waarom gebruikt niet heel Nederland dan RAI?

 Reactie Marijke Boorsma: Omdat iedereen vasthoudt aan eigen lijstjes.

Reactie ACTIZ: Er zijn zoveel initiatieven rond eenheid van taal. Die stoppen daar allemaal veel energie in. Die gaan een ander initiatief echt niet juichend ontvangen.

Reactie Anja Declercq: In België is het gelukt omdat de voordelen groter zijn dan de nadelen, en men ziet dat de budgetten niet mee gaan groeien met de groei van de groep. Als je preventiever kunt optreden (door RAI) scheelt dat geld. Doordat de informatie makkelijk te delen is kan je dubbel werk verminderen en efficiëntie winst boeken. Je kunt dan met dezelfde middelen meer doen, dat is het argument geweest om het toch te doen.

Reactie John Hirdes: De ervaring in Canada was dat klinische leiders mogelijkheden zagen om met dit systeem kwaliteit te verbeteren en meer persoonsgericht te werken. Daarnaast zijn er altijd organisaties die niet in beweging te krijgen zijn. Een perfecte consensus zal je niet krijgen. Op een gegeven moment heeft de regering besloten RAI verplicht te stellen.

 

TOT SLOT

De PDF van het verslag kunt u hier downloaden: PDF Verslag InterRAi symposium 16 november 2017

Het was een genoegen u allen te ontmoeten en met jullie van gedachten te wisselen. Wij hebben zelf weer veel geleerd! Dank en tot de volgende keer. Team NedRAI